De opleidingen aan de SOMT
voldoen aan de Dublin descriptoren die, in navolging van
de bekende Bolognaverklaring, de eindtermen bepalen voor
elke opleiding erkend door Europa.
De visie op opleiden en leren van de SOMT is
gebaseerd op de leertheorie van het sociaal
constructivisme. Deze leertheorie gaat er van uit dat
leren niet door het ontvangen van informatie verloopt,
maar door het actief verwerken ervan. Kennis en
vaardigheden zijn het resultaat van leeractiviteiten die
de student onderneemt. Leren is dus een activiteit van
de student zelf.
Het doel voor het onderwijs is het creëren van een
leeromgeving die het leren faciliteert en stimuleert.
Als opleiding kiezen we voor het competentiegericht
onderwijs, dat wil zeggen dat een student geïntegreerd
de kennis, vaardigheden en attitude ontwikkelt die
noodzakelijk zijn in de beroepspraktijk. De cognitieve
psychologie heeft immers aangetoond dat feiten en
concepten het best worden herinnerd en toegepast als zij
worden onderwezen, geoefend en beoordeeld in de context
waarin zij ook worden gebruikt. Casuïstieken uit de
eigen praktijk vormen de basis voor de opdrachten,
waardoor studenten mede de onderwerpen bepalen en deze
dus per definitie relevant zijn voor de eigen
beroepspraktijk.
De leerstof wordt aangeboden in een concentrisch
leermodel. Dat wil zeggen dat nieuwe kennis steeds
verder bouwt op wat eerder is geleerd. Opdrachten worden
aangeboden in verschillende onderwijsvormen. Elke
werkvorm heeft zijn eigen functie in het leerproces, dat
bestaat uit verschillende fasen. Kolb beschrijft vier
leerfasen: actief experimenteren, ervaren, observeren en
reflecteren en conceptualiseren. Deze fasen herhalen
zich voortdurend in dezelfde volgorde waarbij het niveau
steeds stijgt. In de werkvormen komen al deze fasen aan
bod, de opdrachten worden steeds moeilijker. Hiermee is
de opbouw van eenvoudig naar complex gegarandeerd. |