Toetsen is het verzamelen van informatie over het competentieniveau van de student.
Voor de student heeft toetsing in de eerste plaats een feedbackfunctie. De informatie die de student krijgt via de toetsing, geeft hem/haar inzicht in de eigen ontwikkeling van competenties. Dit vormt aanleiding tot (bij)sturing van het leerproces. Daarnaast kan een student via toetsing bewijzen dat hij/zij voldoet aan de vooraf gestelde criteria. Toetsing heeft dus ook een kwalificerende functie, een docent beoordeelt de competentie.
De competenties die de studenten ontwikkelen tijdens de opleiding zijn gericht op de beroepspraktijk. De toetsing is dan ook altijd praktijkgerelateerd. Het toetsen van competenties is zeer complex. Om een volledig beeld te vormen over het studieproces van de student, worden er meerdere personen bij betrokken. De verschillende invalshoeken zorgen voor een betrouwbare basis om kwalificerende beslissingen te nemen.
Uiteraard heeft de docent zijn rol als gever van feedback en beoordelaar, maar ook stagebegeleiders en patiënten hebben inzicht in het professioneel handelen van de student. Daarnaast spelen ook medestudenten een rol. Zowel het ontvangen als het geven van feedback heeft een positieve invloed op het leerproces. Ook worden er verschillende middelen ter beschikking gesteld om aan zelftoetsing te doen. Zo heeft de student de mogelijkheid om zijn eigen leerproces optimaal te sturen. |