3-jarige opleiding
Casuïstiek als uitgangspunt
Alle opdrachten vertrekken van een casus en zijn dus gericht op de dagelijkse praktijk van de fysiotherapeut in de geriatrie. De casus kan gaan over de klinische praktijk, maar ook over de professionele houding van de therapeut of de bedrijfsvoering. Zo komen alle rollen van de specialist, zoals beschreven in het beroepscompetentieprofiel, aan bod.
Praktijkgericht
Een belangrijke competentie van een Master in de Fysiotherapie in de Geriatrie is het toepassen van de geleerde theorie in de dagelijkse praktijk. Tenminste 50% van de lessen zijn praktijklessen, waarbij je de besproken theorie naar de dagelijkse praktijk leert vertalen.
Opbouw van de leerstof
Leerstof wordt aangereikt via vraagstelling. De vragen worden centraal gestuurd via het blokboek of individueel aangebracht. De leerstof wordt aangeboden in een concentrisch leermodel. Dat wil zeggen dat dezelfde vragen steeds weer voorbijkomen maar steeds meer factoren in acht nemen. Zo bouwt nieuwe kennis verder op wat eerder is geleerd. De opbouw van eenvoudig naar complex is op deze manier gegarandeerd.
Als fysiotherapeut in de geriatrie in opleiding leer je de opgedane kennis implementeren in de eigen praktijk. Dat doe je via implementatieopdrachten. Je leert stap voor stap hoe je wetenschap kan vertalen naar de dagelijkse praktijk. Deze opdrachten zorgen ervoor dat je al tijdens je studie nieuwe inzichten in je therapeutisch handelen kan integreren. Ook na je studie blijft dit een belangrijke en nuttige vaardigheid.
Toetsing
De competenties die je als student ontwikkelt tijdens de opleiding zijn gericht op de beroepspraktijk. De toetsing is dan ook altijd praktijkgerelateerd. Je wordt getoetst op kennis, vaardigheden en op je competenties om deze te integreren in de praktijk. Bovendien moet je in staat zijn je handelen te verklaren en te verantwoorden.
Tijdens de opleiding wordt er regelmatig getoetst. Voor jou, als student, heeft toetsing in de eerste plaats een feedbackfunctie. De informatie die je krijgt via de toetsing, geeft inzicht in de eigen ontwikkeling van je competenties. Dit vormt aanleiding tot een tijdige bijsturing van het leerproces. Daarnaast kan je via toetsing bewijzen dat je voldoet aan de vooraf gestelde criteria.
De opleiding bestaat uit verschillende opeenvolgende modules; elke nieuwe module start met een toets over de inhoud van de vorige module. Deze wordt beoordeeld als onvoldoende / voldoende / goed / uitmuntend. Vanaf een voldoende ontvang je een certificaat dat je de module met goed gevolg hebt afgesloten. Bij een onvoldoende krijg je een herkansing.







